1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16

De eetsituatie in een instelling: een stressvol spitsuur of een harmonisch samenzijn

Trainers: Mea Verhoef en Bianca Gurian

In deze cursus krijgen de deelnemers inzicht in de ontwikkeling van eten en drinken. Tevens leren de deelnemers eet en/of drinkproblemen te signaleren en te herkennen. Zij krijgen instrumenten aangereikt om eetproblemen te voorkomen en bij een problematische eetsituatie naar vermogen te interveniëren.

Vanuit welk perspectief kan er naar eten worden gekeken:

  • Om welke gedragingen kan het gaan?
  • Kunnen we spreken van specifieke cliëntkenmerken die leiden tot een eetprobleem?
  • Wat kan er in een eetsituatie allemaal mis gaan?

De training eten en drinken geeft antwoord op onder meer deze vragen en biedt praktische handvatten voor begeleiders, toegespitst op hun werksituatie.

De training is praktisch en interactief. Tijdens de training wordt veel gebruik gemaakt van casuïstiek uit de dagelijkse praktijk van de deelnemers. De training bestaat uit vier dagdelen van drie uur.

De theoretische kennis en praktische oefeningen hebben betrekking op:

  • de ontwikkeling van eten en drinken qua mond motorische- en gedragsaspecten
  • communicatie tussen cliënt en opvoeder (interactie)
  • Wat is nodig voor een goed verlopend eetmoment, hierbij kun je denken aan voorbereiding van het eetmoment, competenties begeleider, technische vaardigheden, communicatie
  • aanleren van goede eetgewoonten
  • normen en waarden

Eindtermen (leerdoelen)

1. Kennis

  • U heeft kennis van een normaal verlopende eet-en drinkontwikkeling.
  • U beschikt over kennis om eetproblemen te voorkomen.
  • U bent in staat om eetproblemen te signaleren en te herkennen.
  • U weet waar u rekening mee moet houden in de interactie met de cliënt tijdens een eetsituatie.

2. Vaardigheden

  • U kunt de eetsituatie voor uw cliënt adequaat voorbereiden.
  • U heeft geoefend met de verschillende technieken en vaardigheden die toegepast kunnen worden ter voorkoming van eetproblemen.
  • U kunt een inschatting maken van het ontwikkelingsniveau van een cliënt (wat kan iemand, wat doet iemand).
  • U bent in staat om communicatief aan te sluiten bij de mogelijkheden en behoeften van de cliënt.

3. Attitude

  • U zet zich in voor een ontspannen en prettig verlopende eetsituatie.
  • U bent zich meer bewust van uw eigen normen en waarden ten aanzien van het eten.
  • U staat open voor de communicatieve signalen van de cliënt.

Doel van de training
Het signaleren en bespreekbaar maken van vragen op het gebied van eten en drinken bij mensen met een verstandelijke beperking en het praktisch aan de slag kunnen met kennis, technieken en vaardigheden op het gebied van eten en drinken.

Studiebelasting
De totale studiebelasting is 16 uur.

Doelgroep
Voor professionals die werken in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

Aanvangsniveau beroepskracht
MBO-niveau.

Verstrekte studiematerialen
Een reader met alle benodigde achtergrondinformatie, oefeningen  en een literatuurlijst.

Certificaat
Cursisten ontvangen aan het einde van de training een certificaat.