1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16

Trainer: Hettie Wiers

Mensen met een matige verstandelijke beperking hebben dikwijls moeite met het begrijpen en uiten van gesproken taal.

Maar taal is meer dan gesproken taal alleen. Taal vindt haar weg naar buiten ook via andere vormen, zoals gebaren, lichaamstaal, voorwerpen, foto’s, tekeningen, pictogrammen en/of geluiden. Wanneer we ervan uitgaan dat alle gedrag in een situatie van interactie communicatie is, kunnen dus ook mensen met een matige verstandelijke beperking goed leren communiceren. We gaan hierbij uit van de mogelijkheden van de cliënt én zijn omgeving (de tweede partij in de communicatie). Voor een geslaagde communicatie is het logischer dat deze tweede partij zich aanpast aan het communicatieniveau van de persoon met een verstandelijke beperking, dan andersom.

In de training 'Communiceren met verwijzers' wordt vanuit de basistheorie over communicatie en verbaal begrip ingegaan op diverse vormen van communicatie, verschillende communicatieniveaus en de verschillende functies van communicatie. En de wijze waarop deze theorie vertaald kan worden naar de doelgroep 'Mensen met een matige verstandelijke beperking'.

Aan de hand van casussen uit de dagelijkse praktijk van de cursisten wordt de theorie concreet gemaakt en het kijken naar communicatie vanuit verschillende invalshoeken geoefend.

Belangrijke bron voor het theoretische gedeelte van de training, is het boek 'Totale Communicatie' van Oskam en Scheres geweest, evenals de cursus 'Verbaal Begrip' van collega Martina Tittse-Linsen.

Vanuit de theorie wordt, in het meer praktische deel van de training, geoefend hoe de omgeving, de begeleider in dit geval, zijn eigen communicatie kan aanpassen aan de communicatie van een cliënt met een matige verstandelijke beperking, met name door het inzetten van verwijzers. Door middel van deze verwijzers wordt de regie in de communicatieve interactie maximaal bij de client gelegd.

De praktische oefeningen hebben betrekking op:

  • eigen non-verbaal gedrag
  • het leren vereenvoudigen van gesproken taal
  • het verlagen van het spreektempo
  • ondersteunen van gesproken taal door middel van gebaren en lichaamstaal
  • ondersteunen van gesproken taal met behulp van verwijzers, zoals foto’s, tekeningen, pictogrammen

De training kan in overleg met deskundigen binnen de instelling (logopedisten, communicatiemedewerkers) aangepast worden aan de specifieke wensen van de betreffende instelling en wordt bij voorkeur aangeboden in combinatie met de methodiek DaadKracht.

Eindtermen (leerdoelen)

1. Kennis

  • U kent de basiskennis over communicatie en verbaal begrip.
  • U hebt inzicht in communicatieniveaus, communicatievormen en functies van communicatie.
  • U hebt een begin gemaakt met het beschrijven van het communicatieniveau, de communicatievormen en de communicatieve functies van een cliënt met een lichte verstandelijke beperking.

2. Vaardigheden

  • U bent meer bewust van uw eigen manier van communiceren.
  • U kunt uw manier van communiceren beter afstemmen op het communicatie niveau van de ander.
  • U kunt verwijzers inzetten ter ondersteuning van uw eigen communicatie en de client daardoor meer regie geven in bijvoorbeeld een dialoog.

3. Attitude

  • U benadert de persoon waarmee u communiceert, vanuit een open, positieve en uitnodigende houding.
  • U hebt verbaal en non-verbaal respect voor de mogelijkheden en beperkingen van de ander.
  • U zet zich in voor een gelijkwaardige benadering in de communicatie.
  • U staat open voor de inbreng van de cliënt en probeert hem/haar zoveel mogelijk regie te geven.

Lengte van de training
De training wordt in 3 dagdelen gegeven en neemt 3 keer 3 uur in beslag.

Doel van de training
Beroepskrachten meer inzicht geven in het communicatief functioneren van de persoon die ze ondersteunen.
Beroepskrachten leren hoe ze met behulp van verwijzers hun eigen communicatie kunnen ondersteunen.
Beroepskrachten leren hoe ze met behulp van verwijzers een cliënt met een matige verstandelijke beperking meer regie kunnen geven in de communicatie.

Studiebelasting
Totale studiebelasting (deelname training, lezen reader en huiswerkopdracht): 12 uur.

Doelgroep
Beroepskrachten in de zorg en ondersteuning voor mensen met een verstandelijke beperking.

Aanvangsniveau beroepskracht
MBO-niveau.

Verstrekte studiematerialen
Een reader.
Een kaart met verkorte instructie 'Communicatieniveaus en Vaardigheden Eenvoudige Communicatie'.

Certificaat
Cursisten ontvangen aan het einde van de training een certificaat.