1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16

Trainer: Hettie Wiers

In deze cursus krijgen de deelnemers inzicht in de principes van Ondersteunde Communicatie.

  • Vanuit welke verschillende invalshoeken kun je naar de communicatie van een cliënt kijken?
  • Op welke manier en op welk niveau begrijpt een cliënt wat er gecommuniceerd wordt?
  • Wat kan er bij een cliënt allemaal misgaan in het begrijpen van gesproken taal?
  • Welke vormen van communicatie zijn er en welke vorm gebruikt jouw cliënt?
  • Op welk niveau communiceert jouw cliënt?

Aan de hand van casussen uit de dagelijkse praktijk van de cursisten wordt de theorie concreet gemaakt en het kijken naar communicatie vanuit verschillende invalshoeken geoefend.

Vervolgens gaan de cursisten zelf ervaren hoe het is om in de communicatie afhankelijk te zijn van anderen. Dit gebeurt middels een zogenaamde 'onderdompeling'.

Nadat de nodige theoretische kennis over Ondersteunde Communicatie is opgedaan en nadat ervaren is, hoe het moet voelen voor een cliënt om beperkt te zijn in zijn/haar communicatie, worden diverse vaardigheden geoefend die nodig zijn als men zelf wil leren om ondersteund te communiceren.

De praktische oefeningen hebben betrekking op:

  • eigen non-verbaal gedrag
  • leren vereenvoudigen van gesproken taal
  • verlagen van het spreektempo
  • stellen van weinig vragen of open vragen
  • spiegelen en complimenteren/bevestigen
  • ondersteunen van gesproken taal d.m.v. gebaren en lichaamstaal
  • gebruik van verwijzers, zoals foto’s, tekeningen, pictogrammen

Belangrijke bron voor het theoretische gedeelte van de training, is het boek 'Totale Communicatie' van Oskam en Scheres geweest, evenals de cursus 'Verbaal Begrip' van collega Martina Tittse-Linsen.

De training kan in overleg met deskundigen binnen de instelling (logopedisten, communicatiemedewerkers) aangepast worden aan de specifieke wensen van de betreffende instelling.

Eindtermen (leerdoelen)

1. Kennis

  • U kent de theorie van ondersteunde communicatie en verbaal begrip.
  • U hebt inzicht in communicatieniveaus, communicatievormen en functies van communicatie.
  • U hebt een begin gemaakt met het beschrijven van het communicatieniveau, de communicatievormen en de communicatieve functies van een cliënt.

2. Vaardigheden

  • U bent meer bewust van uw eigen manier van communiceren.
  • U hebt kennis gemaakt met de vaardigheden die nodig zijn voor het toepassen van ondersteunde communicatie.
  • U kunt uw manier van communiceren beter afstemmen op het communicatie niveau van de ander.

3. Attitude

  • U benadert de persoon waarmee u communiceert vanuit een open, positieve en uitnodigende houding.
  • U hebt verbaal en non-verbaal respect voor de mogelijkheden en beperkingen van de ander.
  • U zet zich in voor een gelijkwaardige benadering in de communicatie.
  • U staat open voor de inbreng van de cliënt en probeert hem/haar zoveel mogelijk regie te geven.

Lengte van de training
De training wordt in 3 dagdelen gegeven en neemt 3 keer 3 uur in beslag.

Doel van de training
Beroepskrachten meer inzicht geven in het communicatief functioneren van de persoon die ze ondersteunen en hen leren hoe ze hun eigen communicatie kunnen afstemmen op deze persoon.

Studiebelasting
Totale studiebelasting (deelname training, lezen reader en huiswerkopdracht): 12 uur.

Doelgroep
Beroepskrachten in de zorg en ondersteuning voor mensen met een verstandelijke beperking.

Aanvangsniveau beroepskracht
MBO-niveau.

Verstrekte studiematerialen
Een reader met alle benodigde theorie.
Een kaart met verkorte instructie 'Communicatieniveaus en Vaardigheden Ondersteunde Communicatie'.

Certificaat
Cursisten ontvangen aan het einde van de training een certificaat.